Blogs en columns

Blog: Duidelijk dabben

Duidelijk dabben

Seintjes en signalen. Volgens het woordenboek bedoeld om iets kenbaar te maken of te waarschuwen. Ofwel om duidelijk te maken dat er iets (aan de hand) is. Als ik in mijn auto zit en ik het naderende verkeerslicht van groen naar oranje zie springen, weet ik dat ik als het even kan moet stoppen. En dat ik bij groen weer verder mag. Brandt er spontaan een rood lampje op mijn dashboard, dan snap ik dat er iets aan de hand is en dat ik zo snel mogelijk in actie moet komen. Mijn hartslag versnelt en met klamme handjes tel ik de hectometerpaaltjes af tot de eerstvolgende mogelijkheid om te stoppen en koelvloeistof c.q. motorolie bij te vullen. 

So far so good. Kleuren begrijp ik. Maar dan hebben we ook nog het werkwoord seinen. Een activiteit die vooral vrachtwagenchauffeurs als geen ander lijken te beheersen. Sterker nog, iedereen lijkt te snappen wat er bedoeld wordt met knipperende en oplichtende lampen. Behalve ik dan. Was dat grootlicht voor mij bedoeld? Of kwam er toevallig net een collega aan de andere kant tegemoet rijden? Haalde ik niet goed in? Rijd ik te hard of juist te zacht? Voer ik mistlicht op deze heldere dag? Of doet m’n verlichting het juist niet? Wat heb ik fout gedaan? Wederom breekt het zweet me uit en voel ik m’n hart in m’n keel kloppen. 

 

Naast kleuren en seinen, kennen we ook nog zoiets als gebaren. Zowel het zelfstandig naamwoord als het werkwoord zetten me zomaar op het verkeerde spoor.  De middelvinger snap ik. Weet dan weliswaar niet precies wat ik fout gedaan heb, maar duidelijk is dat het niet gewaardeerd wordt. Met een duim omhoog is zweten nergens voor nodig. En wordt er naar me gezwaaid dan zegt iemand gedag. Of word ik nu gewenkt? Sinds kort weet ik ook wat een ‘dab’ is. In ieder geval hoe deze move eruit ziet (niezen in je elleboog, maar dan zonder te niezen, terwijl je andere arm dezelfde kant op wijst...). Wat dit trendy gebaar precies betekent… Geen idee. Volgens mijn dochter is het zonder meer ‘cool’. Behalve dan als je moeder of vader het doet. 

 

Onlangs deed ik mee aan een hardloopevenement. Op twintig meter afstand zag ik hem al staan, de vrijwillige verkeersregelaar. Weer zo’n moment dat ik ‘m begin te knijpen. Want de goede man wijst weliswaar naar (voor de kijker) links, maar dat kan toch niet kloppen? Vragend herhaal ik al rennende zijn beweging, wachtende op een bevestigende knik of corrigerend tegengebaar. Zucht… ik dacht toch echt dat hij me naar links stuurde, gaat er door mijn hoofd als ik 5 seconden later het verkeerde pad in loop. Was hij dan toch aan het ‘dabben’?

Blog: Drie strepen

Al ruim twee maanden stonden ze hoog op het verlanglijstje van mijn dochter. Toen dan eindelijk het moment daar was en ze gekocht mochten worden, bleek haar maat in de lokale sportzaak uitverkocht. Tenminste in het wit met zwarte strepen. Blijkbaar was zij niet de enige die ze graag wilde hebben. Ik vroeg de jonge verkoper of hij ze kon bestellen. Hij kon een glimlach niet onderdrukken. Helaas… Razend populaire schoenen. Niet aan te slepen. Al maandenlang. 

Gelukkig kon Omoda haar lang gekoesterde wens in vervulling brengen. Zij nieuwe schoenen, ik inspiratie voor een blog. Want ik weet zeker, dat – ook al heb ik het merk nog niet genoemd – de meeste van jullie weten over welke schoenen ik het heb. Of in ieder geval welk merk. 

 

Op de binnenzool van de schoen staat onder het logo de zin “The brand with the 3 stripes”. Drie strepen die ogenschijnlijk saaie en weinig flatteuze schoenen, in goud veranderen. Dan heb je het toch wel voor elkaar als merk hoor. Dat enkel en alleen je logo, dus zonder geschreven bedrijfsnaam, al duidelijk maakt wie je bent, is één ding. Maar dat zelfs een beschrijving van het handelsmerk volstaat… Dat kunnen er maar weinig zeggen. Alhoewel…

 

In een sterk concurrerende markt kan het koppelen van een merk aan een symbool of element, een gouden zet zijn. De volgende voorbeelden spreken voor zich:

Robijn’s beertje, de zwaan van KLM, de AH verkoopmedewerker en de vorm van het Coca Cola-flesje zijn typische voorbeelden van een zogenaamde ‘uitvoeringspositionering’. Maar ook slogans en jingles, zoals ‘Tuut-tuut, dat is snel’ (Overtoom) en het meer recente ‘Niet omdat het moet, maar omdat het kan’. Alhoewel bij laatstgenoemde nog wel even wat meer moeite gedaan moet worden om niet alleen de pakkende regel, maar ook het merk – Tele2 – te onthouden. 

 

Met een goede uitvoeringspositionering, kunnen drie strepen zomaar goud worden. Nou ja, zomaar... Voor dergelijke successen, mag je enigszins diep in de marketingcommunicatiebuidel tasten. En dan nog heb je geen garanties. Niet alleen moet je symbool of element precies de juiste toon raken, men moet ook daadwerkelijk op je zitten te wachten. En je moet er dus voor zorgen dat de uiting wél spontaan aan jouw merknaam gekoppeld wordt. Maar áls het lukt…

 

Terug naar de schoenen. Ik moet bekennen, ook ik ben gecharmeerd van de drie strepen. Draag ze tijdens het sporten op mijn schouders en dijbenen. En hoe meer ik kijk naar deze schoenen naast me, hoe mooier ik ze ga vinden. Zeker nu ik de tekst lees, die op fraaie wijze de schoenen in de doos vergezelde:

i am not in it for the approval

i am not in it for the fame

the fans

the followers

i am not in it for the attention

the likes

the views

i am not in it for the applause

i am not in it for anyone else

i am a superstar

(superstar met daaroverheen drie horizontale strepen)

Dit zijn niet zo maar drie strepen. Dit is een statement.

Blog: Groen is grijs gedraaid

“Groen is helemaal grijs gedraaid”. Soms komt er zo’n mooie zin als deze voorbij op tv. Dit keer als onderdeel van de reclame van energieleverancier Engie. Kern is dat het tijd is voor een nieuw positief begin. Back to basic met de know-how van nu (duurzaam) en de genegenheid van toen (eigen energievoorziening). Focus op betekenis, combineer verleiding met goed doen, overbrug de kloof tussen zeggen en doen en spreek tot de verbeelding door de bestaande wereld in twijfel te trekken. Marketing anno 2016 (trendwatcher Tony Bosma).

De bestaande wereld in twijfel trekken. Het lijkt heel wat. Maar is dat niet meer een uitdaging voor in het bijzonder mensen van ‘onze generatie’? Onze jeugd lijkt niet anders te doen. Individualisering betekent namelijk ook zelf keuzes maken, je durven te onderscheiden van de rest. Weigeren om kleding te kopen geproduceerd door kinderen ver weg. Bewuste keuzes in voeding maken, weten wat je eet. Wel op Facebook, niet op Instagram. Of andersom. Waar wij een aantal jaren geleden iets sneller dan langzaam maar zeker kennis maakten met het fenomeen ‘digitalisering’, weten onze kinderen niet beter. Tegelijkertijd maken zij ook hierin zelf keuzes. Simpel voorbeeld: mijn dochter van bijna twaalf besloot onlangs dat ze een dagboek wilde bijhouden. Niet online, maar op papier. In een fysiek dagboek, met een heus slotje. Dat het geavanceerder kan, wil niet zeggen dat het geavanceerder moet.

 

28 jaar geleden had ik precies zo’n dagboek. En 28 jaar na dato lees ik haar voor uit eigen werk. De dagelijkse verslagen zijn geschreven toen ik precies zo oud was als mijn dochter nu is. Maar hadden, realiseerde ik me al lezende, ook onlangs door haar geschreven kunnen zijn. Want ook al groeide ik op in een tijd dat een CD iets magisch leek en een pinpas ondenkbaar, en heeft mijn dochter nog nooit een fotorolletje of cassettebandje gezien, sommige dingen veranderen niet. Ook ik kende CITO-stress en worstelde met mijn middelbare schoolkeuze. En ook ik irriteerde me aan mijn broer. En ook ik wilde make-up, geld, een fiets, een tijdschrift en een Polaroid fotocamera voor mijn twaalfde verjaardag... 

 

Groen is grijs gedraaid. Ze kijkt me nu nog vragend aan. Grijs draaien… wat is dat? Wacht maar, als jij straks uitgekeken bent op je Polaroid en je mijn platenspeler op zolder vindt, zal ook die geschiedenis zich herhalen. 

Blog: hokjes en vakjes

hokjes en vakjes

Een van de meest kenmerkende eigenschappen van marketingcommunicatie is dat ‘we’ onze communicatie richten op een groep personen, de markt. En dus niet een individu in het bijzonder. Naast het bepalen en vormgeven van de boodschap en het kiezen via welke weg deze verspreid wordt, is het definiëren en vastleggen van deze doelgroep van groot belang. Het idee is tenslotte mensen te overtuigen met een welkome boodschap, niet te irriteren met een irrelevante. Sales, geen sores.

Hoewel er in deze context nu bij menig lezer weerstand ontstaat -  want, we willen niet in vakjes opgedeeld worden – is het mens eigen om graag ergens bij te horen. Ook in een tijd waarin individualisme hoogtij viert, zijn en blijven we kuddedieren. Zolang we zelf maar de hokjes mogen kiezen.

 

Zo bevind ik me, al dan niet bewust gekozen, in de voor de hand liggende hokjes: vrouw, moeder, huiseigenaar, autorijder, sporter, zzp’er en Zaltbommel. Daarnaast ben ik veertig (blijkbaar een hokje op zich, zeker in combinatie met vrouw zijn) en, volgens sommige investeringsmaatschappijen, heel rijk (echt, als ik het geld zou hebben, zou ik de aanschaf van een stuk grond zeker in overweging nemen). 

 

Sinds afgelopen zaterdag is daar een hokje aan toegevoegd. In ieder geval in mijn bewustzijn. Volgens NRC Next behoor ik namelijk tot de pragmatische generatie, of de patatgeneratie. Last van identiteitscrises, flexibel, verwend, kinderachtig, pragmatisch, idealistisch, lui en ondernemend. De groep mensen geboren tussen 1975 en 1985. Dertigers van nu. Joehoe! Ondanks mijn veertig jaar, hoor ik bij de dertigers van nu. Al is het nipt, dit vakje koester ik. 

 

Groepjes maken het leven overzichtelijk. Het helpt ons snel te schakelen en conclusies te trekken. Misschien een enkele keer wat te snel, maar overall werkt het prima. De meeste webshops, vacaturebanken en datingsites kennen inmiddels dan ook een filtertechnologie. Opties die je aan en uit kunt zetten, om een specifiek aanbod getoond te krijgen. Dan zijn ze ineens best fijn, die vakjes. Hooguit loop je de liefde van je leven mis. Maar wat niet weet…

 

Eigenlijk is het helemaal niet zo erg om in vakjes te passen. Zeker niet als het er meerdere zijn. Het wordt pas echt vervelend, wanneer je er buiten valt. Of is dat nu zo’n typische opmerking van een idealistische dertiger van nu met identiteitscrisis?

Blog: Grenzeloos dapper

Pink Ribbon

Terwijl personal trainer Tim met een “kom op, nog 10 tellen!” me door de pittige training heen sleept en me wederom mijn eigen grenzen laat verleggen, denk ik aan mijn zusje. Ze appte me vanochtend. Of ik nog inspiratie nodig had voor een column. Want dan wist ze wel wat.

 

Reclamecampagnes. Om de aandacht te krijgen, schijnt de boodschap grappig, griezelig of geil te moeten zijn. Maar wanneer wordt grappig, leedvermaak? Griezelig, een ware nachtmerrie? En geil, onethisch? Of, zoals mijn zusje opperde: “Wanneer gaat reclame over grenzen?”

 

Oktober was de maand waarin borstkanker centraal stond. En dan met name borstkanker bij jonge vrouwen. Juist bij deze groep (<45 jaar) is de ziekte moeilijker te constateren en te bestrijden. En is de impact op de toekomst – in de bloei van je leven – groot. Menig reclame passeerde zowel op televisie als radio de revue. Teksten als “mijn vriendinnen plannen hun leven, ik plan mijn uitvaart”, werden ingezet om de aandacht – en daarmee donaties voor onderzoek - te krijgen. In dezelfde maand kreeg mijn toen 34-jarige zusje te horen dat het knobbeltje in haar borst kwaadaardig was. Voor haar persoonlijk waren deze reclames een ware nachtmerrie. Alhoewel ze zich op hetzelfde moment meer dan ooit bewust was van het belang van de aandacht.

Ging deze reclame over grenzen? Voor de vriendinnen die hun leven aan het plannen zijn, niet. Integendeel, juist vanwege het besef van leven, een toekomst, doneren ze. Voor mijn zusje die maand wel.


Grenzen. Je kunt ze verleggen, erover heen gaan, ze trekken of overschrijden. Mijn zusje doet het tegenwoordig dagelijks. Het ene moment plan je vakantie, het andere moment chemo. Zo ben je moeder, zo ben je patiënt. Prikken eng? Na 30 keer onderga je het zonder blikken of blozen. Heb ik me tenminste laten vertellen.


Inmiddels is ze twee kuren onderweg. Is de prognose gelukkig gunstig. Heeft ze sinds jaren weer maatje 36. En blijkt dat ook een kort kapsel haar goed staat. Over grenzen verleggen gesproken. Wat een kanjer.

 

Grappig, griezelig, geil of grensoverschrijdend. Ik ga er zeker een blog of column aan wijden. Maar nu even niet.

10 tips voor een succesvolle e-mailing

E-mailmarketing is dan wel niet nieuw, het is ook zeker geen verleden tijd. Als onderdeel van je (online) marketingmix, kan dit betaalbare communicatiemiddel je mogelijk direct of indirect veel brengen. Om de kans op succes te vergroten, hierbij wat tips en punten van aandacht.


Tip 1: Zorg voor boeiende en relevante inhoud

Het eerste uitgangspunt is dat iedereen die jouw nieuwsbrief ontvangt, hier ooit zelf bewust voor gekozen heeft. In basis is er dus interesse. Je moet er dan echter wel voor zorgen dat deze interesse blijft. Of een e-mailing succesvol aankomt hang niet alleen af van de techniek (mail daadwerkelijk ontvangen), maar vooral van de inhoud (interesse in de ontvangen mail).


Tip 2: Wees niet bang voor afmeldingen

Je e-mailing technisch en inhoudelijk op orde, maar toch ontvang je afmeldingen? Als mensen zich afmelden voor je nieuwsbrief, betekent dat hoogstwaarschijnlijk dat ze niet geïnteresseerd zijn in wat je te melden hebt en dus ook geen (potentiële) klant voor je zijn. Dus omarm ze. Beter een kwalitatief wat kleiner adressenbestand, dan een berg e-mailadressen waar je niets aan hebt.

 

Tip 3: Ken je publiek

Geef je abonnees de mogelijkheid om aanvullende informatie te verstrekken. Denk bijvoorbeeld aan specifieke interessegebieden, aantal medewerkers, branche, functie. Op basis van deze gegevens kun je je doelgroep segmenteren en gerichte, relevante e-mails versturen. 

 

Tip 4: Gebruik een standaard lettertype

Het klinkt misschien saai en weinig creatief, maar uiteindelijk wil je toch echt dat al je afzenders je nieuwsbrief daadwerkelijk kunnen lezen. Kies je voor een niet gangbaar lettertype, dan bestaat de kans dat het systeem van de ontvanger dit niet herkent en je tekst in vreemde tekens of een ander lettertype laat zien. Gangbare lettertypes op dit moment zijn: Arial, Baskerville, Century Gothic, Copperplate, Courier New, Georgia, Gill Sans, Helvetica Neue, Lucida Bright, Palatino, Papyrus, Tahoma, TimesNewRoman, Trebuchet MS en Verdana.  

 

Uit de praktijk blijkt dat Verdana voor online gebruik het meest aantrekkelijke lettertype is. Waarbij lettergrootte 12 beter leest dan 10. Op de tweede plaats staan Ariel, Courier en Georgia. En wellicht ten overvloede… Comic Sans kan echt niet meer.

 

Tip 5: Je eerste zin is belangrijk

In het overzicht van ontvangen e-mails (je inbox), wordt naast het onderwerp, de afzender en de datum meestal ook de eerste regel van je <body> tag vermeld (pre-header). Vaak zie je dat dit bijvoorbeeld een link is. Door je body te beginnen met zinvolle tekst, maak je optimaal gebruik van deze standaard preview.

Tip 6: Spreek je geadresseerden persoonlijk aan

Begin indien mogelijk met een persoonlijke aanhef. Bij het aanmelden kun je specifiek vragen om een voornaam en/of achternaam. En deze gebruiken in je mailing. Eventueel kun je de naam verderop in de mailing zelfs nog een keer herhalen. Onderzoek toont aan dat een persoonlijke aanhef sympathie opwekt. Maar overdrijf het niet.

Tip 7: Call to action

Zorg dat je e-mailing een ‘call-to-action’ bevat. Het liefst in de vorm van een button en in de bovenste helft van je nieuwsbrief (‘boven de vouw’). Denk aan ‘Meld je nu aan’, ‘Afspraak maken’ of ‘Bestand downloaden’. Maar vermijd ‘Klik hier’…

Tip 8: Een nieuwsbrief is geen reclamefolder

Je hebt verschillende soorten e-mailings. Gericht op koopjes en aanbiedingen, gericht op service en gericht op informatievoorziening. Wanneer iemand zich heeft aangemeld voor een inhoudelijke nieuwsbrief, doe dan rustig aan met de commerciële boodschappen. Als richtlijn kun je aanhouden 80% content versus 20% commercie.

 

Tip 9: Houd er rekening mee dat afbeeldingen niet direct zichtbaar zijn

Voordat afbeeldingen worden geladen, dien je vaak toestemming te geven (“Klik hier om afbeeldingen te downloaden”). Elke klik extra is er één te veel, dus zorg in ieder geval dat ook zonder dat deze toestemming gegeven is, de boodschap zichtbaar is. Doe dit door bovenaan tekst te plaatsen (en niet alleen een afbeelding), door bij de eigenschappen van de afbeeldingen de alternatieve (tekstuele) omschrijving toe te voegen. Maar bijvoorbeeld ook door geen plaatjes als button te gebruiken, maar deze via een tabel te creëren.

Tip 10: Een geopende (e-)mailing is nog geen gelezen (e-)mailing

Last but not least… De CTR (Click Through Rate) geeft aan hoeveel van de afgeleverde e-mails daadwerkelijk geopend zijn. Houd er echter rekening mee dat afhankelijk van de instellingen / het systeem van de geadresseerde, e-mails eerst geopend moeten worden alvorens ze kunnen worden verwijderd.

Blog: Blik op inspiratie

Ik ben jaloers op mensen met gevoel voor interieur. Mensen die precies weten welke lamp, van welk materiaal in combinatie met welke wanddecoratie ze waar moeten hangen. Die het verschil zien tussen vijftig tinten grijs. En een woonkamer hebben die zo uit de vtwonen is komen wandelen. Mijn woonkamer is al 15 jaar de mijne. En heeft, net als de rest van mijn huis, nog altijd de hoop de ‘vtwonen-status’ te bereiken. Misschien tegen beter weten in: vooralsnog ervaar ik zowel mijn interieur als het keuzeproces als een niet lekker lopend samenspel tussen smaakvol, passend, budget en gemak.

Gelukkig houdt vtwonen ook rekening met mensen zoals ik. Mensen die weten hoe het voelt de interieurplank mis te slaan. Speciaal voor (onder andere) ons hebben ze namelijk vtwonen-waardige producten geselecteerd. Producten die gegarandeerd scoren: vtwonen behang, vtwonen laminaat, vtwonen verf, vtwonen meubilair en niet te vergeten vtwonen servies. Verkrijgbaar in hun eigen webshop en/of bij de (Karwei) bouwmarkt. In combinatie met hun maandblad en tv-uitzending, maar ook an sich, geven de vtwonen producten me houvast. Welke kleur op de muur? Kies ik voor een kleur uit de vtwonen verflijn, dan weet ik zeker dat ik trend- en trefzeker bezig ben.

 

De 'vt' in vtwonen staat voor vrije tijd, begonnen als magazine inspelend op het in de jaren zeventig nog in opkomst zijnde doe-het-zelven. Maar wat is het vandaag de dag? Is het een tijdschrift, een blik verf, of een webshop? Een bezoekje aan de site geeft geen eenduidig antwoord: ik lees shop en zie inspiratie, ik lees tv en zie vazen. De spijker op zijn kop: vtwonen is een zeer geslaagd voorbeeld van (multichannel) contentmarketing. Ofwel, verkopen is bijzaak. In ieder geval in de perceptie van de sitebezoekers en bladlezers. De communicatie via verschillende kanalen (print, site, tv, bouwmarkt, webshop) is niet gericht op een strak gedefinieerde doelgroep, maar op een audience, een publiek. Vtwonen heeft klanten, maar vooral abonnees, fans en followers. En vtwonen verkoopt geen producten, maar inspiratie. Informatie en dus content waar daadwerkelijk behoefte aan is.

 

In mijn zoektocht naar behang (de volgende ruimte is aan de beurt), twijfel ik. Twee behangvarianten die erg op elkaar lijken. Het verschil zit hem in de details. En in de prijs. Ik kies de vtwonen variant. De prijs is ondergeschikt: een geslaagd (lees: vtwonen-waardig) resultaat is tenslotte onbetaalbaar.


0 Berichten

Blog: Making your mind up

Keuzes

Keuzes. Zoals de systeembeheerder als eerste oplossing het herstarten van de computer oppert, roept de gemiddelde marketeer dat er keuzes gemaakt moet worden. Eén duidelijke boodschap, geen ruis maar focus. Tja… ik zeg het makkelijker dan dat ik het zelf in de praktijk breng, moet ik bekennen. Tekstschrijver of marketeer? Content of communicatie? Medewerker in loondienst of zelfstandige? Met of zonder personeel? En dan hebben we het alleen nog maar over de zakelijke kant. Ga ik m’n nieuwe kast zwart of wit verven? Of beter beitsen? En ga ik daar nu aan beginnen, of wordt het toch m’n blog? Of de was? Of die schrijfopdracht?

Op dit moment bevind ik me achter m’n laptop, heb ik m’n hardloopoutfit aan en zitten de verfresten nog op mijn handen. Ben nooit goed geweest in keuzes maken. En bovendien vind ik te veel leuk. Ik ben van het type denken, dubben, nog eens denken, om dan ineens de knoop door te hakken. Fouten maak ik niet graag. Maar het allerergste is het gevoel van spijt. 


Spijt is zo’n emotie die je liever niet kent. Het voegt niets toe, behalve dat je je ellendig voelt. Daar ben ik zeker niet de enige in. Sterker nog, de meeste (online) winkels doen er alles aan om die emotie ver uit onze buurt te houden. En tegelijkertijd houden zij de denk-dub-denk-tijd het liefst zo kort mogelijk. Ofwel, we mogen naar hartenlust ruilen en retourneren (en dus niet alleen van rechtswege). Liever nog hebben zij – en wij – dat onze eerste keus meteen raak is. Dus worden we bijgestaan in ons keuzeproces. Bijvoorbeeld met receptenkaarten, aanbiedingen, de outfit-van-de-dag, soep-van-de-dag, de dagverse vis, een grand-dessert, proeverijen en cash-back-acties. 


Voor de grootste twijfelkonten onder ons, die liever goed beslagen ten ijs komen, bestaan er vergelijkings- en consumentensites. De beste keuze, de slimme keuze, de voordelige keuze. De beste kwaliteit tegen de laagste prijs – dat is wat we willen. Niets zo spijtgevoelig als het fors afgeprijsde jasje dat je gisteren nog tegen vol tarief hebt aangeschaft.


Overvallen door keuzestress, hopen we stiekem dat keuzes voor ons gemaakt worden. Want dan kun je in ieder geval geen spijt hebben. Het lot ons leven laten bepalen. Totdat het dan ook echt gebeurt. Wel of geen chemotherapie, nu opereren of afwachten, schuldsanering, voedselbank, huis en haard achterlaten, vluchten naar een ander land… Die keuzes wil je niet maken. En je wilt al helemaal niet dat ze voor je gemaakt worden. Ik sport, ik shop, ik klus, ik werk, ik zorg… en ik heb soms spijt. Maar bovenal heb ik de keuze. 

Blog: Dubbele agenda

google_volkswagen

Een van de eerste dingen die je over marketing leert is dat het gaat over de klant centraal stellen. De rol van die klant is vandaag de dag steeds bepalender – hij bepaalt waar en wanneer hij wat (online) aanschaft. Toch staat in onze communicatie onze daadwerkelijke afnemer al lang niet meer altijd centraal. In de loop der jaren heeft deze plaatsgemaakt voor regels, wetten en richtlijnen. Ofwel de overheid en Google.

Schrijf ik deze tekst voor jou? Of voor Google? Natuurlijk wil ik dat uiteindelijk jij met mij in zee gaat. Maar bij het bepalen van mijn communicatiestrategie verlies je het toch echt van Mr G. Ik wil dat Mr G. mij aardig vindt. Mijn website waardeert. Want pas als Mr G. positief heeft geoordeeld, ben jij als klant aan de beurt. En als ik je toestemming vraag voordat ik je een nieuwsbrief verstuur, is dat niet alleen omdat ik het erg vervelend zou vinden je ongevraagd lastig te vallen. Ik heb vooral geen zin in een spam-penalty. Hetzelfde geldt in grote lijnen ook voor Volkswagen: voordat een 'clean diesel' als dusdanig verkocht mag worden, moet deze voldoen aan de strenge milieu-eisen van de Clean Air Act. Zo niet, dan volgt er straf. Dus luister je of doe je alsof je luistert. Soms lijk je er mee weg te komen, maar zowel Google als de overheid straffen overtredingen uiteindelijk genadeloos af.  


Onlangs bezocht ik een eetgelegenheid, waar tevens een buffet aanwezig was. Zalm, rijst, aardappelgratin, een mix van wortel, bloemkool en broccoli, je kent het wel. Nu heb ik niet de illusie dat de kok aan mij dacht toen hij de groentemix ontdooide. Maar wellicht wel aan zijn klanten in het algemeen. Het kaartje naast de borden en het bestek deed echter anders vermoeden: “Dit buffet is niet geschikt voor mensen met een allergie”. Voelde de kok zich geroepen zijn gasten met allergie, te beschermen? Of dacht hij tijdens het schrijven aan het Voedingscentrum dat sinds eind 2014 horeca verplicht stelt haar klanten te informeren over allergenen? Niet luisteren en dat openlijk toegeven is blijkbaar ook een optie.


Misschien was dat ook wel een idee voor Volkswagen geweest: “Deze schone diesel voldoet mogelijk niet altijd aan de strenge milieu-eisen van de Clean Air Act”. Zelfde probleem, andere benadering. Had ze vast meer sympathie opgeleverd. In ieder geval bij haar klanten.

880.000 redenen om te vloggen

vloggen

Vloggen. Eerst maar eens even definiëren waar we het dan echt over hebben. Een vlogger is iemand die zich bezighoudt met vloggen. Vloggen is een samenstelling van de woorden ‘video’ en ‘loggen’. Ofwel, het vastleggen van gebeurtenissen op video. In basis kan dit op twee manieren: real-life, als een videodagboek. Of geregisseerd, zoals een instructie. Alhoewel we het in het laatste geval eerder over videomarketing hebben. 

Een videodagboek. Het klinkt zo eenvoudig. En tegelijkertijd zo oninteressant, als je geen bekende artiest, astronaut of wereldreiziger bent. Tenminste, zo dacht ik. Het tegendeel blijkt echter waar: de beste vloggers zijn niet bekend wanneer ze beginnen te vloggen; ze worden het vanwege het vloggen. Hoe? Door tijdens het filmen per ongeluk van hun fiets te vallen en een arm te breken. Of door een Groningse aardschok te ervaren tijdens je filmopnames. Stom toeval in combinatie met een sympathieke uitstraling. De vlog van de ‘aardschok-jongen’ werd spontaan ruim 67.000 keer bekeken. De gebroken arm van vlogger Enzo Knol leidde uiteindelijk tot inmiddels zo’n 880.000 (!) abonnees op zijn YouTube-kanaal. Meer bekende vloggers vind je hier.

Bekend is overigens nog zacht uitgedrukt. Enzo Knol is een ware ster. Inclusief gillende meiden, handtekeningensessies, meet & greets en zelfs merchandise. Onder de naam Knol Power (KP) weet de 22-jarige Enzo menig pet, trui, vest en tas te verkopen. Via zijn eigen webshops, maar ook tijdens events. Vloggen is zijn fulltime baan. Iedere dag om 16.00 uur zitten Enzo-fans klaar om zijn nieuwste vlog op YouTube te bekijken. 


De met name tieners hangen aan zijn lippen. Ze lachen om wat hij doet, waarderen wat hij niet doet en laten zich inspireren. Waarom zou je vloggen? Het filmpje spreekt voor zich. Zeker zo interessant is echter de vraag waarom je vloggen of een vlogger zou toevoegen aan je marketingmix. Wehkamp is er mee bezig. Blijdorp doet een poging. Daarnaast kan ik zo’n 880.000 potentiële redenen bedenken. Als Enzo het zegt…

 

Dikke vette peace!

Blog: Jeugdsentiment

Met regelmaat lees en hoor je over de vele, zich in snel tempo opeenvolgende, veranderingen in de wereld, met name op het gebied van technologie. Grenzen verdwijnen, organisaties hebben moeite bij te blijven en waar mijn generatie nog altijd een beetje moet wennen aan de wereld die opengaat met sociale media, kan generatie Y zich geen leven zonder meer voorstellen. Veranderen hoort bij het leven. Geen dag is hetzelfde. Ieder moment uniek. En iedere dag worden we ouder. Beetje jammer alleen van die rimpels en grijze haren. 

Al die veranderingen, je zou bijna vergeten stil te staan bij wat er door de jaren heen wel hetzelfde is gebleven. Ik realiseer me dit op het moment dat op woensdagmiddag 12.01 uur mijn deurbel gaat. En een blonde jongeman mij vriendelijk vraagt of ik kinderpostzegels wil kopen. Zodra hem duidelijk is dat hij bij mij verkeerd is – sorry, maar ik koop ze van mijn eigen dochter – zegt hij netjes gedag en sprint hij weg. Om zijn klasgenootjes, die zich inmiddels kriskras door mijn straat begeven, voor te zijn. De contante betaling kan dan wel plaats gemaakt hebben voor een eenmalige machtiging, het sentiment is nog precies hetzelfde als – in mijn geval - 29 jaar geleden.


Bijna hetzelfde sentiment ervaar ik als ik mijn zoon met een studieboek Duits in zijn handen zie (wat overigens iets heel anders is dan wanneer iemand met zijn neus in de boeken zit). Rozen verwelken, schepen vergaan, maar ook Duitse naamvallen lijken altijd te blijven bestaan. Dat zijn huidige docent Duits ook nog eens dezelfde is als mijn leraar Duits van toen, maakt het sentiment compleet.


Deze week herleef ik mijn eigen jeugd een beetje. Niet alleen herinner ik me het fanatisme om de meeste kinderpostzegels verkocht te krijgen en het mondelinge examen Duits, waarbij de heer Huisjes mij zwaar door de mand liet vallen met vragen over het boek Andorra. Ook voel ik een kinderlijke spanning en tel ik stiekem de nachtjes af tot het zondag is. Want zondag… dan ga ik samen met mijn dochter naar de Tina-dag. De Tina, een striptijdschrift voor meiden van 9 tot 12 jaar. Een weekblad wat ik van voor tot achter las. Met posters van popsterren en sporthelden. En strips zoals Noortje. Weliswaar kent Tina vandaag de dag een website. Is een poster van A-HA verre van cool. En heeft mijn dochter een e-mailadres nodig in plaats van een briefkaart om aan een prijsvraag mee te doen. Maar of je nou nu 11 jaar bent, of 29 jaar geleden, de beleving is dezelfde. Nog maar twee nachtjes…  

Bloggen, waarom zou je?

Gebrek aan tijd, zin, interesse of inspiratie. Wat is jouw reden om je doelgroep niet met regelmaat van je te laten horen, je kennis te delen en meer online leads te genereren? Wij geven je tien redenen om wél te bloggen:

 

10 redenen om wél te bloggen:

  1. Je vindt het leuk om te schrijven (en je hebt daadwerkelijk wat te melden), of je besteedt dit uit.
  2. Met een blog, deel je kennis. Je laat jouw lezers zien dat je verstand van zaken hebt.
  3. Bovendien hebben je lezers ook echt wat aan je lijstjes met tops, flops, tips, voors, tegens, do's en don'ts. Jouw kennis is waardevol!
  4. Is jouw organisatie, dienst of product gerelateerd aan een nieuwe wet of regelgeving? Blog hierover! Grote kans dat iemand die op zoek is naar meer informatie over de betreffende wet of regel op jouw site terecht komt. En nog groter de kans dat deze bezoeker jouw potentiële klant is.
  5. Google houdt van verandering en variatie, van dynamische content (= inhoud die verandert). Met enige regelmaat een nieuw blog publiceren op je eigen website, komt je vindbaarheid ten goede.
  6. Je kunt ook blogs publiceren op een externe site. Bijvoorbeeld bij een vak- of beroepsvereniging. De link van je blog naar jouw eigen website zorgt ervoor dat bezoekers én Google (backlink!) je beter weten te vinden.
  7. Door op een externe site te bloggen, vergroot je je status als 'thought-leader'.
  8. Je kunt ook een ander (met een groot bereik en sociaal netwerk) over je product laten schrijven. Vooral in o.a. de beauty-, mode- en autobranche kunnen professionele bloggers / influencers je populariteit een flinke boost geven.
  9. Een blog op je eigen webite is een uitgelezen mogelijkheid om aandacht aan een specifiek onderwerp (lees: zoekwoord) te besteden.
  10. Een nieuwe blog gepubliceerd? Dan heb je weer een goede reden om je fans hiervan via social media op de hoogte te brengen.

Blog: Helden

Donna Suits

Een held. “Iemand die uitblinkt door moed”, definieert Van Dale. Of, zo vult Wikipedia aan, “een eretitel voor bestaande, fictieve of historische personen die om aardse daden worden bewonderd.” Onlangs volgde ik een workshop Brand Storytelling waarbij mij werd gevraagd naar mijn held. De held - naast onder andere de helper, de schat en het monster – is een van de elementen van een pakkend verhaal. Maar wie is de held in míjn verhaal? En wat kenmerkt hem of haar. Of het? Is dat iemand die durft, of iemand die doet? Iemand die ik ken of iemand die ik zou willen kennen?


Op de avond van Prinsjesdag ontving Humberto Tan bij RTL’s Late Night het strategisch-creatieve duo van Natwerk. In reactie op de over het algemeen als ‘saai’ beoordeelde troonrede, wisten zij een sprankelend ‘out-of-the-box’ concept te presenteren. Compleet onrealistisch, ongeremd en humoristisch. Maar wel goed onderbouwd. En op nationale televisie. Je moet het maar durven. Zonder meer een ‘aardse daad’ die ik bewonder.

Eerder deze zomer werd heel Nederland een held rijker. Dafne Schippers. Alleen al in gedachten houden mijn benen dat tempo niet bij. Een absoluut talent, tot haar recht gekomen door een combinatie van focus en discipline. Nederlands trots. Sportheld én volksheld.


Er zijn veel mensen die durven. En veel mensen die doen. Zij zeggen wat ze denken. Doen dingen die ik niet kan. Of zeggen dingen die ik niet durf. Soms ken ik ze, soms niet. Toch zijn het niet dé helden van mijn verhaal. De held in mijn verhaal treedt niet op de voorgrond. Die kent geen podiumplaats. Ambieert dit ook niet. Mijn held is de underdog. De stille kracht, de helpende hand.


Wat is Batman zonder Robin? Clark Kent zonder Lois Lane? Olie B. Bommel zonder Tom Poes? Robin, Lois en Tom zijn op het eerste gezicht de helpers. Batman, Clark en Lois de helden. Maar wie even verder kijkt, ziet de ware helden. Want echte helden… die maken het verschil.


Rechts van me werd Gandhi als held genoemd. Mijn buurvrouw noemde Jezus. Een andere cursist zag haar held in Lord of the Ring’s Frodo en een van de heren was al sinds jaar en dag een groot bewonderaar van Formule 1 design engineer Colin Chapman. En mijn held? Geen hoofdrol zonder bijrol. Geen man zonder vrouw. Geen Suits zonder... DONNA.

Blog: Verkouden en keuzestress

blog keuzestress otrivin

Kriebelneus, onafgebroken niezen en een opgezette keel. Ook ik heb ‘m te pakken, de uiterst vermoeiende verkoudheid. Om de ongemakken zo veel mogelijk te beperken, vraag ik mijn zoon om bij de plaatselijke drogist even de meest gangbare eerste-hulp-bij-verkoudheid-producten in te slaan. Met op nummer 1 neusspray, op de voet gevolgd door… zakdoekjes.

Terwijl ik doorsnotter, wordt mijn zoon overvallen door een aanval van keuzestress. Een overigens uiterst besmettelijk fenomeen in het geval kind – ouder. “Mam, welke neusspray moet ik hebben?”, vraagt hij aan de telefoon. “Nou gewoon, Otrivin neusspray”, antwoord ik. “Ja maar welke dan? Ze hebben negen soorten.” Negen soorten neusspray. In mijn herinnering hadden we neusdruppels en neusspray. En dat was het dan wel zo’n beetje. Is de behoefte van onze neuzen zo veranderd?

 

Otrivin erkent de kans op keuzestress. Waarom zouden ze anders bij het openen van de website een quizje laten zien om snel te kunnen bepalen wat je nodig hebt? De eerste keuze is makkelijk. Ik ben een volwassene. Waarmee het aanbod teruggebracht wordt tot zeven. De volgende keuze roept vraagtekens op: wil ik neusspray met zoutoplossing of met een werkzame stof? Euh… geen idee. Als het maar helpt! Gelukkig is er ook nog een keuze 3, waarmee het ene flesje druppels afvalt.


Nog zes soorten neusspray over. “Doe maar degene die langdurig werkt bij een verstopte neus”, geef ik mijn zoon als antwoord. Zowaar blijft er maar eentje over. Gelukkig zijn zakdoekjes gewoon zakdoekjes stel ik mezelf gerust. Totdat mijn telefoon weer overgaat. “Zes soorten Tempo? Doe dan maar die van het eigen merk.” The paradox of choice.


Elk bedrijf wil groeien. En als het aantal verkouden neuzen niet aanzienlijk verandert, dan moet de groei ergens anders vandaan komen. Introduceer naast de klassieke versie een opgewaardeerde (en duurdere) variant en de omzet stijgt. Niemand wordt blij van een schrale neus, dus kom maar op met die extra verzorgende elementen.


Ondertussen snotter ik verder. Want opgewaardeerd of niet, de neusspray anno nu weet me nog steeds niet te genezen. Misschien is dat een idee voor de volgende keer. Gegarandeerd van uw verkoudheid af? Ik betaal er het dubbele voor. Al moet ik de Tempo Design Edition 2015 er bij aanschaffen.

Blog: Aan tafel!

“Ja mevrouw, we zijn een heel offensief begonnen”, bevestigt het in schort en koksmuts gehulde meisje dat aan mijn voordeur staat en me zojuist de vraag stelde of ik bekend was met HelloFresh. Ik antwoordde haar dat ik HelloFresh ken. Met name van de gesponsorde advertenties die met regelmaat tussen de Facebook updates van mijn vrienden verschijnen. Niets ten nadele van haar, maar uiteindelijk heb ik vriendelijk bedankt. Gewoon, omdat een verkooppraatje, hoe charmant en origineel ook, me even niet uitkwam. Mocht ik meer informatie willen, dan gaat het me met een dergelijk offensief vast niet veel moeite kosten ze te vinden, was mijn argument.

De volgende dag sla ik aan het begin van een lange busreis de LINDA. open. Spontaan valt er een HelloFresh cadeaukaart op mijn schoot. En nog één. En nog één. HelloFresh blijft me vinden. Over offensief gesproken. “De aanval is de beste verdediging”, moeten ze bij HelloFresh gedacht hebben toen AH (Allerhande) de strijd met ze aanging. “De ontketening van een ‘bezorgoorlog’?”, aldus Emerce.nl.


Gezond, gevarieerd en gemakkelijk. Dat is de kern van het concept. Vond er jaren geleden een verschuiving plaats in de openingstijden van de supermarkten en kennen veel supermarkten inmiddels zogenaamde pick-up-points, vandaag de dag is bezorging aan huis het argument waar de hedendaagse tweeverdieners voor vallen. Daten doen we via een app in de trein. Financiële update met je hypotheekadviseur vanachter je laptop. En boodschappen… die laten we doen.


Geheel in lijn met deze trend is ook de opening van de eerste online supermarkt Picnic. Een supermarkt die jouw online bestelde boodschappen aan huis bezorgt, op een afgesproken tijd, tot op een half uur nauwkeurig. Moet je wel zelf je recepten en boodschappenlijstje bedenken. Hm… dit klinkt bekend. In mijn jeugd noemden we dit de melkboer. Of de SRV-man. De boodschappen werden weliswaar niet online besteld, maar wel ter plekke gekozen en thuisbezorgd. Sterker nog, sinds afgelopen mei kent Zaltbommel weer een rijdende winkel. “Een ouderwetse service in een modern jasje”, aldus de rijdende winkelier, “met volop mogelijkheden om koelverse kant-en-klaar maaltijden af te nemen”. Tot zover de innovatie.


Inmiddels weet ik niet meer wat ik moet kiezen. En dan heb ik het nog niet eens over de biologische, vegetarische en fruitvarianten gehad. Eén ding weet ik wel. Voor vanavond krijg ik het niet meer geregeld. En heb ik nu nog precies een half uur de tijd om het gezin van voedsel te voorzien. Dus, op de fiets naar de Jumbo? Of kunnen we nog wat innovatiefs met de kliekjes van gisteren?

Blog: Kleur bekennen

Kleur bekennen - blog

Zit je nietsvermoedend in de auto op weg naar een verjaardag, word je opgeschrikt door een harde pieptoon en een rood lampje. In kapitale rode letters, inclusief uitroepteken, verschijnt het woord ‘stop’. Lichte paniek maakt zich meester over mij; een geel lampje is ‘ter info’, oranje ‘haast, maar geen spoed’, maar rood… En dat terwijl ik 130 op de snelweg rijd. Met een verhoogde hartslag rijd ik (in slakkengang) toch nog 1200 meter door tot de eerstvolgende afslag. Eenmaal gestopt laat koelvloeistof de rode kleur als sneeuw voor de zon verdwijnen.

We weten het allemaal. Rood staat voor ‘pas op’, voor gevaar. Maar ook voor kracht, rijp, macht, warmte en liefde. En voor naturel chips en pure chocola. Net zoals blauw staat voor melkchocola en paprikachips (???). En groen voor hazelnoot, Italiaans gekruid, welkom en milieuvriendelijk. Het belang van kleur in ons dagelijks leven is groot. Kleur helpt ons de wereld te herkennen, waarschuwt ons bij gevaar en helpt ons de eetbaarheid van voedsel te beoordelen. Zowel intuïtief als vanuit onze opvoeding, ervaringen en de wereld om ons heen, zijn we kleuren gaan associëren. Marketingexperts maken daar dankbaar gebruik van. Maar weten ons soms ook behoorlijk op het verkeerde been te zetten.


De Coca Cola-drinkers onder ons weten dat zwart staat voor Zero, grijs voor Light en rood voor ‘the original’. De nieuwe groene variant vertegenwoordigt gevoelsmatig iets gezonds en verantwoords. Maar waarom kregen alle flessen van de ene op de andere dag dezelfde rode dop? Verwarring alom rondom het frisdrankenschap. Waar was de Light gebleven? Ook bij Tony’s Chocolonely slaat de intuïtieve verwarring toe: de rode wikkel vertegenwoordigt melk, terwijl de blauwe verpakking pure chocola bevat. Gelukkig is groen nog gewoon met nootjes. En dat het McDonalds logo tegenwoordig groen is in plaats van rood, maakt dat de Big Mac’s gezonder?


Het schijnt dat kleur het eerste is dat wordt opgemerkt in een logo. En dat die kleur voor 60 tot 80 procent de mening over het betreffende product/bedrijf bepaalt. Reden genoeg om daar eens kritisch naar te kijken. En te blijven kijken. Net als naar de hoeveelheid koelvloeistof in de auto.

Blog: Hot or not pants

Sons and daughters. Ik herinner me nog dat ik deze serie samen met mijn moeder keek. En dat ik er niets van begreep. Maar het was wel iets dat we deelden. Inmiddels heb ik zelf een dochter. En deel ik dingen met haar, zoals mijn moeder die met mij deelde. Twee handen op één buik. Meestal dan. Want als je elf bent, je twaalf voelt en er als dertien uitziet, wil je nogal eens met je moeder van mening en smaak verschillen.

Al maanden geleden heb ik mijn oog laten vallen op een broek met verfspatten. Niet gekocht, want te duur en moeilijk te combineren. Tot deze ochtend. Mijn maat en voor de helft van de prijs. Nu mag het. Ook dochterlief keurde het goed. Sterker nog, terwijl ik me nog aan het beraden was, paste zij de kleinste damesmaat, werd ze verliefd en wist ze me te overtuigen. En betaalde ik twee keer de halve prijs. Opbrengst: twee broeken, een blije dochter en een ‘yes-ik-zie-er-jong-uit-gevoel’.

Thuis aangekomen denk ik na over de opmerking die de verkoper maakte: “Wel even van te voren afspreken wie ‘m wanneer draagt”. Vooralsnog vindt mijn dochter het leuk om hetzelfde als haar moeder te dragen. Maar inderdaad, dat zal niet lang meer duren. Omdat niet alleen zij, maar ook ik ouder word. En sommige dingen dan echt niet meer kunnen. Au.

Vorig jaar had ik mijn zinnen gezet op een korte spijkerbroek. De blik van mijn kinderen toen ik uit het pashokje kwam was veelzeggend. Hun woorden, of liever gezegd, haar woorden, brachten de genadeslag. “Ja, best een leuk broekje… als je wat jonger zou zijn”. En of dat nog niet genoeg was, vonden zowel de verkoopster als een andere klant het nodig om te bevestigen dat mijn kinderen gelijk hadden. Die dag werd ik tien jaar ouder. Het broekje heb ik trouwens wel gekocht.

Mocht je ooit twijfelen over wat wel of niet kan en geen dochter in de buurt hebben die je dat meedogenloos meedeelt, dan kan het merk soms doorslaggevender zijn dan het kledingstuk: “Object ontwerpt modieuze en elegante kleding voor de jonge vrouw die open-minded, kritisch en modebewust is” of “Look two sizes smaller in dream jeans by MAC”. En als klap op de vuurpijl: “Waar Esprit prachtige kleding maakt voor de degelijke dame van nu, bedient EDC by Esprit de jongedames tussen 14 en 24 jaar”. Bye bye EDC, hello MAC?

Inmiddels ben ik erg benieuwd naar waar het merk van onze nieuwe broeken eigenlijk voor staat. Licht gespannen kijk ik wat Zalando erover te zeggen heeft: “De kleding van Gsus sindustries past in geen enkel hokje”. Een zucht van verlichting; mijn broek is zojuist nóg mooier geworden.

Blog: Betrapt!

Dacht je even discreet vreemd te kunnen gaan, wordt de datingsite ashleymadison.com gehackt. Slechts één toetsaanslag verwijderd van de schandpaal. Eén druk op de knop en je baan, reputatie en relatie staan op het spel. Dit terwijl ze verkondigen (zelfs nog op dit moment) dat ze ’s werelds beste discrete datingsite voor getrouwde mensen zijn.

Sinds de komst van internet lijkt vreemdgaan stukken makkelijker te zijn geworden. Oude liefdes worden teruggevonden, vervlogen tijden herleefd. Bijna iedereen is te traceren. En vluchtige ontmoetingen worden bevestigd door een Facebook vriendschapsverzoek. Christelijke politieke partijen maken zich zorgen om initiatieven als secondlove.nl, terwijl echtgenotes de browserhistorie doorpluizen. Vreemdgaan kan dan wel makkelijker geworden zijn, je partner hierop betrappen is dat ook.


Hoe voorzichtig we ook zijn, in de digitale wereld hebben we het niet zelf in de hand. En kunnen we ook zonder phishing-mails, virussen en hackers zwaar getroffen worden. Want je moet wel héél uitgekookt zijn om geen sporen na te laten. De eerder genoemde browserhistorie is de meest voor de hand liggende. Eenvoudig te wissen, maar je moet er toch maar even aan denken. Een groter gevaar schuilt in de bejubelde cloud. Erg fijn die extra back-up. Behalve als het om bestanden gaat die nu net niet voor de ogen van de ander bestemd waren. Overigens is vreemdgaan slechts een (smeuïg) voorbeeld; ook als je je partner positief wilt verrassen, zul je de nodige voor- en nazorgse maatregelen moeten nemen om niet betrapt te worden.


En dan nog… de grootste klokkenluider is SEA (Search Engine Advertising). De online advertenties, afgestemd op jouw browsergedrag, die te pas en te onpas verschijnen. Heb je in je pauze eventjes gekeken naar een nieuwe bikini? Voor je het weet verschijnt deze in beeld als je collega later die dag even over je schouder meekijkt. En gebruik je Facebook ook op je smartphone of tablet? Facebook vraagt je zonder blikken of blozen, met naam en toenaam, om de door jou onlangs gebruikte apps te beoordelen. Dus ook wat je van Tinder vond. Ai. Beter toch ook maar even die ‘bezorg-mijn-wederhelft-bloemen-app’ installeren.

Blog: Kampioen onderschatten

Uitverkocht. Ging eerst het juichpak aan m’n neus voorbij, kan ik me nu ook al niet bij de gele truidragers scharen. Jumbo, kampioen onderschatten? Of onderschatten we nu de Jumbo?


Het blijft natuurlijk raar. Een spaaractie op touw zetten, zodat iedereen massaal jóuw supermarkt gaat bezoeken, om vervolgens nog vóór de sluitingsdatum te stoppen met het uitgeven van zegels, want… de gele trui is uitverkocht.

Op haar Facebookpagina reageert Jumbo als volgt: “We hadden een run op de Limited Edition Retro shirt verwacht, maar zijn positief verrast door de omvang van het succes. Het is sneller gegaan dan verwacht. Zoals gangbaar bij artikelen die gelimiteerd zijn geproduceerd geldt op=op, dit wordt ook duidelijk gecommuniceerd.” Uit de reactie blijkt verder dat er meer dan 200.000 shirts zijn besteld.


Na het lezen van deze reactie ben ik even de weg kwijt. Een waterdicht verhaal hoor, dat de oplage van limited editions daadwerkelijk gelimiteerd is. Maar staat dit niet haaks op de commercial? In iedereen schuilde toch een kampioen? Of is deze eer nu ineens voorbehouden aan de 200.000 snelste en meest rendabele Jumbo-shoppers? Ik kijk de spelregels nog eens na. Ook die zijn waterdicht. Maar erg sympathiek is het niet.


Wat me helemaal doet verdwalen is dat ze ‘positief verrast zijn door de omvang van het succes’. Nu wordt het echt ongeloofwaardig. Want, een fout maken mag. Maar om het daaropvolgende jaar exact dezelfde fout te maken… “We hebben ons verslikt in de actie”, meldde de Jumbo marketingdirecteur in 2014 in reactie op de te snel uitverkochte Roy Donders juichpakken. Dat klinkt bekend.


Als ik bij de Jumbo kom, is het een drukte van belang bij de klantenservice. Al die net-niet kampioenen die de gele trui aan hun neus voorbij zagen gaan, proberen verhaal te halen. Wederom staat de Jumbo in haar recht. Maar of ze hier nu echt punten mee scoren? Het doet me denken aan de commotie die ontstaat wanneer in twijfel wordt getrokken of de vierde wachtende in de rij ook daadwerkelijk de vierde wachtende is en zijn boodschappen gratis krijgt. Jumbo, kampioen regels volgen.


Oud nieuws en niet van levensbelang. Maar we houden nu eenmaal niet van het gevoel bedonderd te worden. Of dit gevoel sterk genoeg is om voortaan elders boodschappen te gaan doen? Ik betwijfel het. Jumbo komt met een alternatief, of anders speelt een HEMA of AH er vast wel op in. En zo niet, dan zijn we het tegen de tijd dat de enige echte gele trui een feit is alweer half vergeten. Niet sympathiek. Maar wel kans op gratis boodschappen.

Blog: Een andere tak van sport

De Tour de France. Als geen uitgesproken liefhebber, laat staan kenner, associeer ik de Tour de France met Joop Zoetemelk. Met een start in ’s-Hertogenbosch en passage door Zaltbommel (1996). Helaas ook met doping. Met net iets te strakke broekjes. Maar vooral met gele, groene, roze, bolletjes én Jumbo truien.

De Tour de France staat voor afzien tot en met, heftige valpartijen, gehavend finishen en tot op het bot afgetrainde renners. Desondanks is wielrennen op dit moment een van de meest populaire sporten. Onder iedereen. Als ik een rondje ga hardlopen, kom ik ze allemaal tegen. Man en vrouw, jong en oud, met en zonder bierbuik. Wat een contrast. Over het imago van de wielersport zijn discussies genoeg. Maar wat is het imago van de hedendaagse wielrenner?


Even generaliseren. Voetballers zijn stoer. Hebben flitsende kapsels, wasbordjes, houden van een feestje, verdienen bakken vol met geld en hebben de mooiste vrouwen. Idolen, die rondom een EK of WK de show stelen in de meest gelikte commercials van onder andere een Nike en Adidas. Wielrenners daarentegen spelen de hoofdrol in reclames van de Jumbo, citroenbier en ontbijtkoek. Dit terwijl de sport het op het gebied van afzien, extremiteit en risico’s het met stip wint van voetbal. Over stoer gesproken.


De fietsende hoofdrolspelers in de Jumbo en de Amstel Radler commercials zouden zomaar vrienden van elkaar kunnen zijn. Ze kennen elkaar van de vakantie in Frankrijk, van het schoolplein of van de markt, waar ze iedere vrijdag een biertje drinken. Ze vinden fietsen leuk, de verdiende verfrissing tussendoor misschien wel leuker. Genieten van het leven en zien fietsen zowel als een sociaal als een sportief gebeuren. Trots op bike en buik. Zó trots dat ze zonder enige schaamte de Jumbo gele trui dragen.


Nike, Adidas, Amstel, Jumbo… ze maken geweldige commercials. Maar feitelijk schitteren ze door eenvoud. Ze hebben niets nieuws bedacht. Het enige wat ze (overigens briljant) doen is inspelen op een emotie die al jarenlang bestaat. Op een imago dat zichzelf heeft neergezet. De toegankelijkheid van de wielersport versus de heroïek van het voetbal. De berg is voor iedereen, het stadion voor de idolen. De gele trui als symbool voor het bereiken van de top: in iedereen schuilt een kampioen. Hoe stoer is dat, vergeleken met een juichpak.

Blog: Play hard to get

Nieuwsbrieven. Dagelijks ontvang ik er meerdere in mijn mailbox. Een aantal vak-gerelateerde, een aantal shopping-gerelateerde. In het bijzonder kleding. Niet dat ik dagelijks op de hoogte wil zijn van alle wel- en niet-aanbiedingen. Maar om bij mijn eerste bestelling in aanmerking te komen voor 10% korting, heb ik me toch maar aangemeld voor de nieuwsbrief. Dat was de deal.

De meeste digitale post ontvang ik van Wehkamp. Iedere dag is er wel iets te melden. Een kortingscode voor 10 € extra korting. Een reminder met betrekking tot de geldigheid van deze kortingscode. En een, bijna ‘vriendelijke doch dringende’, herinnering dat ik nog maar een uur de tijd heb mijn korting te verzilveren. Eigenlijk zou ik me af moeten melden. Ik irriteer me aan de opdringerigheid. Maar ik doe het niet.


Mijn e-mailadres staat ook op de distributielijst van kledingmerk Only. Weet niet eens meer waarom. De mails komen binnen, ik filter op onderwerp, delete 9 van de 10 nieuwsbrieven en die ene andere keer klik ik door naar de website, om vervolgens af te haken. Ik weet niet of dit in de ogen van Only te weinig is. Of dat ik te weinig (niet) bestel. Of dat ik ze te veel kost. Feit is… ze willen van me af!


Deze ochtend ontving ik twee mails van de Only Customer Club. De eerste met als onderwerp: “-70% // Final Sale”. Twintig minuten later gevolgd door “Tot ziens! …of wil je vrienden blijven…?”. Ik schrok er bijna van. Wat heb ik gedaan dat ze mij gaan dumpen? Ík moet degene zijn die de overvloed aan nieuwsbrieven zat wordt, toch? De ‘final sale’ e-mail heb ik niet geopend. De ‘tot ziens’ e-mail meteen. Dit konden ze vast niet zo bedoelen. De eerste zin die ik zie is “Het is tijd om een beslissing te nemen”. Wederom vraag ik me af… wat heb ik fout gedaan? Lees ik verder, hopende op een passende verklaring, voel ik me alleen maar meer afgewezen. “Wil je nog vrienden met ons blijven? Zo niet, dan nemen we voor nu afscheid en hopen we dat we je nog eens terugzien. Als je nog eens wilt praten, we zijn hier te vinden”, gevolgd door een verwijzing naar Instagram en Facebook. “Groetjes, Only”.


Ik ben met stomheid geslagen. Maakt Only het nu echt uit met me? Of is dit een ‘play-hard-to-get-strategie’? Bijna heb ik spijt dat ik eerder nooit wat besteld heb. Zo had ik het echt niet bedoeld. Op zoek naar een acceptabele uitleg, klik ik op de nieuwsbrief. Mijn hart maakt een sprongetje. “Jeej! We zijn zo blij dat je hebt besloten om te blijven… We spreken elkaar snel.” Ze willen me nog! Maar ja, wil ik Only dan nu nog wel… Oh wacht, ik krijg als bedankje 20% korting. Yep, we zijn weer vriendjes. Maar ik bepaal tot wanneer.

Blog: Customer journey in de praktijk

Bedrijf met ballen

Zweden. Ik blijf er een zwak voor hebben. In het land ben ik helaas nog nooit geweest. Maar de inwoners beloven veel goeds. Wat de (Zweedse) kroon echt spant, is het bedrijfsleven. Zweden is een van de landen waar bedrijven het meest investeren in Research & Development en het meest besteden aan innovatie in hun bedrijfsvoering. Aldus de Nederlandse Ambassade in Zweden. Als voormalig werknemer van SKF en IKEA family member kan ik dit beamen.


Wat een indrukwekkend concept is IKEA toch. Schoolvoorbeeld bij de meeste marketingopleidingen, een marketingstrategie om van te smullen. Te beginnen met de papieren catalogus. Geïntroduceerd in 1951 en nog steeds een jaarlijks begrip: voor iedere bijbel, worden er in dezelfde tijdsspanne twee IKEA bijbels gedrukt. IKEA niet innovatief? Zie in onderstaand filmpje hoe ze met hun ‘bookbook’ de vloer aanvegen met Apple.

Kenmerkend voor IKEA zijn daarnaast de koopzondagen en Tweede Paas-, Pinkster- en Kerstdagen. Categorie massatoerisme. Voor de één een dagje uit, voor de ander een ware ramp. Niet heel erg passend bij een bedrijf dat als visie heeft: “Een beter dagelijks leven creëren voor zo veel mogelijk mensen”. Met de introductie van betaalbare ontbijtjes, lunches, diners en gratis koffie is het misschien nog geen feestje, maar beter is het zeker. Zo bevestigt ook mijn zoon, genietend van zijn zelfgetapte softijsje. ‘Bijkomend’ voordeel voor IKEA is dat het tijdens deze voormalige daluren vandaag de dag opvallend druk is…

“Een beter dagelijks leven creëren” heeft ook een duurzaam aspect in zich. Na de introductie van vegetarische balletjes, maken de frisdranken binnenkort plaats voor fruitwater. Dit in het kader van het duurzamer, gevarieerder en gezonder maken van het totale foodaanbod. En vanzelfsprekend vind je dit ook terug in het assortiment, onder andere in de vorm van betaalbare duurzame LED-verlichting.


Kent IKEA ook negatieve kanten? Natuurlijk wel. Buiten het feit dat je alle meubels – meubels die overigens ook de buurvrouw, je collega en tante zomaar in hun woonkamer kunnen hebben staan –  zelf moet vervoeren en in elkaar moet zetten, is het er altijd druk en kent de kassa lange rijen. Maar het is maar net hoe je het brengt. Bied services aan voor online bestellen, transport en montage. En zorg ervoor dat de laatste ervaring dusdanig goed is dat eerdere ellende wordt vergeten. “Lang in de rij gestaan?” “Euh, dat viel geloof ik wel mee. Nee joh, voor nog geen euro een softijsje én een hotdog gegeten. Da’s toch geen geld?!”

Blog: Mannen weten waarom

Deze week las ik dat het aantal vrouwelijke jagers de afgelopen tien jaar is toegenomen. Een niet zo heel veel zeggend nieuwsbericht, dat ik me pas weer herinnerde toen ik gisterenavond langs het RTL4 programma Grillmasters zapte. Stoere mannen, hete kolen en malse stukken vlees. Tenminste, dat is het sausje dat RTL, Martijn Krabbé en Herman den Blijker er overheen gooien. Aangedikt door de commerciële onderbrekingen van programmasponsor Jupiler. Mannen weten waarom.

Mannen die het niet weten, die drinken Amstel. Gezellige mannen die er graag op uit trekken (of thuis blijven) met hun vrienden. Ons bier. En daar waar Jupiler haar naam koppelt aan voetbal, zoekt Amstel het in de muziek. Voor de man die niet van voetbal of Guus Meeuwis houdt, maar wel graag met zijn vrienden kilometers vreet op zijn stalen ros, is er Amstel Radler. Ook zonder alcohol een hit.


Een goed stuk vlees, in gezelschap van een koud biertje, vraagt om een bijpassende saus. Vanzelfsprekend een mannelijke saus. Gelukkig heeft ook Remia met haar Black Jack en Wild Bill sauzen deze belevingswereld ontdekt: de namen, de fles, het etiket… ook de Remia American Barbecue Sauces ademen mannelijkheid. Net als overigens Coca Cola Zero, Axe, Gilette en RTL7.


Dat deze merken en producten zichzelf positioneren in een mannenwereld, wil niet zeggen dat ze niet geschikt zouden zijn voor ‘ons vrouwen’ (alhoewel ik Axe niet dagelijks gebruik). Een belevingswereld creëren verkoopt in deze gevallen nu eenmaal beter dan simpelweg het promoten van bier, knoflooksaus, frisdrank, deodorant en scheermesjes. Bier en beef, het triggert ‘onze’ oermannen en hun vrienden. Terug naar de natuur, mannen onder elkaar. Grillen maar. En de vrouwen? Die zijn druk met jagen. Op spareribs, drumsticks en hamburgers. Mannen weten waarom.

Blog: Verleiding van online daten

Ik blijf het een intrigerend fenomeen vinden: online daten. En dan met name de marketingstrategieën die aan de verschillende initiatieven ten grondslag liggen. In basis draait marketing om beïnvloeding. Om het gunstig stemmen, informeren, overtuigen, enthousiasmeren, betrekken of overhalen van je doelgroep. Waarmee marketing een groot snijvlak heeft met de psychologie. En waar valt nu meer te manipuleren dan in de liefde?

Positionering en imago
Met een toenemend aantal alleenstaanden en een afnemend taboe op online dating, is er voor de single op zoek vandaag de dag een groot aanbod aan internetmarktplaatsen voor zowel mannen als vrouwen. Marktplaatsen met een (ogenschijnlijk) unieke positionering en dito imago, ondersteund door een treffende pay-off, zoals: “Als het om daten gaat”, “Voor singles met niveau”, “Vind de liefde van je leven” of “Love to date”. Waarmee je als bezoeker meteen een eerste selectie maakt.


Niet op zoek, toch gevonden
Dat was de makkelijke doelgroep. Maar ook de single die niet actief op zoek is, is doelwit van de verleiders van de afdeling marketing. Met regelmaat presenteert Google, Facebook of Wordfeud mij ongevraagd de mooiste mannen. Allemaal uit mijn regio én single. En… wachtend op mij! Wel of niet op zoek naar een schat, als je een goudklomp tegenkomt, laat je hem niet liggen… is het uitgangspunt van de verleiders.


Gratis?
So far so good. En het wordt nog beter. Want bijna overal kun je je gratis inschrijven. Gratis, voor niets, zonder verplichtingen. Totdat je profiel compleet is en je een eerste reactie ontvangt in je mailbox. Gespannen klik je op de link, benieuwd naar wie jou leuk vindt en wat hij (of zij) te melden heeft. Om zwaar teleurgesteld terecht te komen op de abonnementspagina van de betreffende marktplaats. Want ja, gratis lid worden, gratis rondkijken en gratis flirten. Maar wil je een reactie lezen, dan zul je toch echt lid moeten worden. Sterk staaltje psychologie. Confronterend ook. Liefde maakt blind, maar dan anders.


Bits… én bricks!
Daar waar ooit de traditionele fysieke bemiddelingsbureaus plaats maakten voor online datingsites, breidt deze branche haar bits tegenwoordig juist weer uit met bricks. En wel in de vorm van live evenementen. Zo’n ontmoeting via een schermpje is het dus toch niet helemaal. Of in ieder geval niet alleen. Dansen in het Brabantse Zeeland, wijnproeven in Amsterdam, wandelen op de Veluwe… En neem gerust een vriend of vriendin mee. Hoe zo’n singlesevent er in de praktijk uit ziet, heb ik nog niet ervaren. Maar als het net zo gaat als online, staan me kostbare openingszinnen te wachten.

5 tips voor een succesvolle webshop

Vervallen gevels

Webwinkels schieten vandaag de dag als paddenstoelen uit de grond. Het lijkt ook zo makkelijk omzet scoren, met een CMS dat de administratie doet, geen ontwikkelingskosten maar een maandelijkse, betaalbaar abonnement en Google als leadgenerator. Een webshop beginnen is niet zo moeilijk. Klanten er naartoe trekken wordt al wat moeilijker. Maar de grote uitdaging zit hem in het aantrekkelijk maken en houden van je online winkelpand. En ervoor zorgen dat je klanten ook daadwerkelijk komen, kopen en blijven kopen. Traffic, conversie, retentie.

Een vervallen gevel wordt voorbij gelopen. Lege schappen roepen irritatie op. Net als te lange zoektochten, niet werkende kassa’s en verkeerd geprijsde artikelen. Traffic, conversie en retentie, het klinkt zo logisch. En er is al zo veel over geschreven. Maar je zou de vervallen, verlaten webwinkels de kost moeten geven. Terwijl de omzet terugloopt, blijven de kosten voor abonnement en/of hosting terugkeren. Iedere maand weer. Gelukkig kan dit ook anders.


1. Bedenk een strategie
Een goed begin is het halve werk. Ook als je geen multinational, marktleider of keten bent, verdient het aanbeveling om de online plannen te baseren op een strategie. Denk na over waarom je een webshop wilt openen, wat je daarmee wilt bereiken (doelstellingen). Welk assortiment je online wilt gaan voeren tegen welke prijs. Wie je leveranciers zijn en vooral wie je concurrenten zijn. Wat maakt jou beter dan de rest? En… stel je strategie bij wanneer nodig.


2. Kies een online winkelpand dat bij je past
Wanneer je strategie duidelijk is, kun je op zoek naar een winkelpand. Zoals niet ieder type pand voor iedere fysieke winkel geschikt is, dien je hierin ook online keuzes te maken. Kies ik voor open source software? Neem ik een expert in de hand die mijn webshop speciaal voor mij gaat bouwen? Of kies ik voor een zogenaamde SaaS oplossing, waarbij ik maandelijks abonnementskosten betaal? Of een combinatie hiervan? Alle oplossingen hebben voor- en nadelen, geheel afhankelijk van je doelstellingen, specifieke wensen, de grootte van je assortiment en natuurlijk ook je budget.


3. Richt je winkel zorgvuldig in
Zeker zo belangrijk is de inrichting van je webwinkel. Niet alleen initieel, maar als een continu proces. Heb je bezoekers, dan wil je natuurlijk ook dat deze daadwerkelijk tot aanschaf overgaan. De bekende conversie. Zorg dat de artikelen in je winkel goed en duidelijk vindbaar zijn. Dat de informatievoorziening compleet is. Dat de prijzen kloppen en er geen vragen ontstaan over leveringscondities (verzendkosten, retouren). Denk na over zogenaamde kassakoopjes, kwantumkorting of bijvoorbeeld een koopjeshoek. Verplaats je in je klant en de winkelroute die hij of zij af zal leggen.


4. Stel het winkelgemak van je klant centraal, dan volgt Google vanzelf
Staat je winkelpand en is je winkel ingericht? Dan is het zaak dat deze ook daadwerkelijk gevonden en bezocht gaat worden. Met een aantrekkelijke gevel en Google als navigator zit je goed. Dus zorg voor een toegankelijk design en begin (én onderhoud!) een waardevolle vriendschap met Google. Hoe? Door vrienden met je klanten te blijven. Eigenlijk is het heel ‘simpel’. Wanneer jij als gedreven winkeleigenaar constant inspeelt op de wensen van je klanten, speelt met je winkelinrichting, unieke items aanbiedt, artikelen promoot, je assortiment op zijn tijd verandert én zorgt dat bezoekers van je winkel alles kunnen vinden, dan volgt Google in principe als vanzelf. Helemaal als je klanten dusdanig tevreden zijn dat ze jouw winkel elders online gaan promoten.


5. Blijf ondernemen!
Uiteindelijk is het niet zo ingewikkeld. Prijs je jezelf niet uit de markt en ben je niet de tiende slager in dezelfde straat, dan is online ‘omzet scoren’ een reële doelstelling. Maar blijf ondernemen! Open niet de deuren van je nieuwe zaak om vervolgens bij de buren koffie te gaan drinken. Nieuwe klanten zullen voorbij lopen. Google wordt een vage kennis. En bestaande klanten gaan op zoek naar de concurrent, waar ze wel op hun wenken bediend worden. Voor niets gaat de zon op.

Blog: Like me!

Toevalstreffer of masterplan?


In tien jaar YouTube is het meest bekeken filmpje Gangnam Style van PSY. Eind december overschreed de muziekvideo van de Zuid Koreaanse zanger YouTube’s viewlimiet (> 2 miljard). Toevalstreffer? Verre van. Een tot in detail uitgewerkt masterplan gericht op social media lag ten grondslag aan dit succes. Het plan lag klaar nog voor het nummer überhaupt bestond. Met de juiste online ambassadeurs kom je een heel eind.

Compleet ondoordacht was ‘het succes’ van de Facebookactie van de sweet sixteen uit Haren. Een openbaar geposte verjaardagsuitnodiging op Facebook, vrienden van vrienden die nog veel meer vrienden uitnodigden, trouble makers en de daarop volgende landelijke aandacht resulteerden in niet alleen een record aantal genodigden en likes, maar bovendien in rellen, vernielingen en gewonden. Project X. Online ambassadeurs zijn niet altijd je vrienden.


De kracht van een goed netwerk en de invloed van online ambassadeurs is slechts een klein – weliswaar onmisbaar – stukje van het ‘succes’. Zolang je geen Barack Obama of Ariana Grande heet, zul je echt iets zinnigs moeten melden om daadwerkelijk gedeeld te worden. Of je gooit het over de psychologische boeg…

Ieder mens wil waardering en erkenning. Allemaal willen we van betekenis zijn. Het geheim van de vele testjes en wis- of rekenkundige uitdagingen die je online voorbij ziet komen. Kijk ons eens slim zijn. Maar wij op LinkedIn, Facebook en Twitter zijn niet alleen slim: naast een goed stel hersenen beschikken we over uitgebreide mensenkennis en een niet te betwisten smaak. En dit willen we heel graag delen.


Afgelopen weekend was ik de LinkedIn updates van mijn relaties (en hun relaties) aan het doorlezen. Met 45 likes en 1206 comments stak er één update met kop en schouder bovenuit. Nee, het was geen post van een BN’er of buitenlandse celebrity. Ook geen spelletje of rekensommetje. Nee, het was een simpele oproep waarin ons allen om onze mening gevraagd werd met betrekking tot een nieuw logo. Keuze uit acht. Gevleid door het belang dat aan onze mening wordt toegedicht, reageren we. En met elke respons, vragen we onze eigen relaties en vrienden ook om hun mening. En laten we ze zijdelings kennismaken met het betreffende bedrijf. Toevalstreffer of masterplan?

Blog: Sigaar uit eigen doos?

Korting. Maar weinig geeft zo’n voldaan gevoel om tijdens een verjaardag te vertellen hoe veel je bespaard hebt op de aankoop van je laatste aanwinst. De professionele inkoper heeft het zichzelf als doel gesteld: nooit en te nimmer zal hij de vraagprijs betalen. En de op koopjes jagende amateur knipt, plakt en plant zijn voordeel bij elkaar. Of we ons nu wel of niet realiseren dat de meeste korting een sigaar uit eigen doos is, we gaan er voor. Korting is winst. Korting is de verzachting van de pijn die een grote aanschaf met zich meebrengt.

Terwijl ik aan de ene kant zelf acties bedenk, maak ik er aan de andere kant dankbaar, en vaak tegen beter weten in, gebruik van. Albert Heijn zegeltjes, Douwe Egberts punten, Esso tankpunten, Esprit klantenkaart, Jumbo Dagjes Uit… En dat is nog maar een kleine greep uit de verzameling spaaracties. Ook qua kortingsacties dans ik de marketeers naar de pijpen: zonder enige schaamte lever ik bij mijn aankoop de uit de folder geknipte kortingsbon in. Behalve gisteren.


Mijn dochter’s kamer is aan een kleine renovatie toe. De voorbereidende werkzaamheden vlotten iets harder dan verwacht, dus spontaan gingen we gisteren op zoek naar behang. Na een aantal winkels op de meubelboulevard bezocht te hebben, hadden we bij de Praxis beet. Braaf rekende ik het behang af. Het feit dat ik geen kortingsbonnen en dus geen korting had, nam ik voor lief. En toch… toch dook ik thuis in de bak met oud papier. Om tot de ontdekking te komen dat ik zo’n € 35 korting was misgelopen. Take it, or leave it?


Volgens de kleine lettertjes geldt de korting alleen als de bonnen vooraf zijn ingeleverd. Wil ik mijn korting kunnen claimen, dan zou ik in theorie dus eerst het behang moeten terugbrengen, om vervolgens opnieuw – dit keer wel op vertoon van de kortingsbonnen – af te rekenen. Dit alles nadat ik 15 kilometer heb gereden. Is het dit waard? Terwijl ik me dit hardop afvraag, is het antwoord voor mijn dochter overduidelijk: mama, dat is oplichterij! Ik doe verwoede pogingen om haar uit te leggen dat hier niets illegaals aan is. Maar tegelijkertijd begrijp ik haar punt. Toch kan ik de gedachte dat ik € 35 heb laten liggen, niet loslaten. Ik knip de kortingsbonnen uit, stap in de auto en sla m’n slag. Want ook al rook ik niet, die sigaar is van mij.

Blog: Content en verwachtingen

Blauwtje lopen door Daniëlle van de Werken

Onlangs las ik een blog waarin contentmarketing vergeleken werd met daten. Uitgangspunt was kort gezegd dat je vandaag de dag met snelle, arrogante praatjes geen succes boekt. Zorg dat je gewild bent, zonder je op te dringen. Ofwel, deel inhoud, zonder er direct iets voor terug te vragen. Hoewel ik het hier zeker mee eens ben, zette deze vergelijking me onbewust aan het denken.

Nog niet zo lang geleden liep ik met mijn elfjarige dochter rond etenstijd in Spanje. Zoals in alle toeristische kustplaatsen, werd ook hier bij ieder eettentje vol overgave geprobeerd ons te strikken om plaats te nemen en iets te nuttigen. Waarop mijn dochter zegt dat wanneer zij hier een restaurant zou hebben, ze niemand bij de ingang zou zetten om klanten binnen te halen, maar het terras zó leuk zou maken dat iedereen daar uit zichzelf aan zou willen schuiven. Als dit principe voor haar al zo vanzelfsprekend is, hoe moeilijk kan het dan zijn? Laten we één ding niet vergeten; zij is elf en kent geen financiële verplichtingen en verantwoordelijkheden. Zij kan zich permitteren idealistisch te denken. Zoals het zou moeten. Maar wat als je de eigenaar bent van een Spaans eettentje en je de economische crisis iedere dag voelt? Lange termijn denken wordt dan ineens een stuk moeilijker.


Tijdens diezelfde vakantie had ik de beschikking over een huurauto. Vooraf thuis via internet geboekt. Ken je dat gevoel dat iets te mooi is om waar te zijn? Dat had ik bij het online reserveren van deze auto. Zó goedkoop… Tot twee keer toe heb ik de kleine letters gelezen. Maar zelfs als ik alle verzekeringsopties aanvinkte en het eigen risico afkocht, was en bleef Goldcar nog steeds spotgoedkoop. Geland op Barcelona Reus werd alles al snel duidelijk. Nou ja, snel… Na 1,5 uur in de rij staan (met slechts vier mensen voor me), was ik aan de beurt. Precies begrijp ik het nog steeds niet, maar de kern was dat ik ter plekke het dubbele moest bijbetalen (anders had ik wel een eigen risico), waarbij de schrikbarende kosten van een lekke band en sterretje in de ruit me als een nachtmerrie werden gepresenteerd. Uiteindelijk was ik per saldo niet meer kwijt dan wanneer ik bij de buren, Europcar, zou zijn geweest. Met als enige verschil dat ik daar slechts één iemand voor me in de rij zou hebben gehad, dus sneller op de plaats van bestemming geweest zou zijn en het gevoel van teleurstelling en oplichting me bespaard zouden zijn gebleven. Die avond ging de meeste omzet naar Goldcar. Maar is dat over een jaar nog steeds zo?


In theorie weten we het allemaal heus wel. De klant is koning en bepaalt. Meer dan ooit. Ook Goldcar en al die Spaanse toeristische restaurantjes weten het. Maar doen we ons niet allemaal soms een beetje beter voor dan dat we zijn? Zeker tijdens een eerste date? Soms willen we gewoon geen (financieel) blauwtje lopen. Ook al is het resultaat mogelijk maar tijdelijk.

Blog: Content doet er wel degelijk toe

Content matters door Daniëlle van de Werken

“Vijftien seconden shinen voor een baan” lees ik op NOS op 31). Een experiment in de vorm van een app; solliciteren met een vijftien seconden durend filmpje van jezelf, in plaats van een sollicitatiebrief. Het doet me denken aan Tinder, de veel besproken dating app. Komt er een aantrekkelijke verschijning voorbij, dan swipe ik naar rechts. Zie ik hem niet zitten, dan swipe ik naar links. Mocht ik twijfelen dan hebben we de ‘i’, voor meer informatie en foto’s. Mits de bewuste prins op het witte paard de moeite heeft genomen deze te plaatsen. Swipen zowel prince charming als ik naar rechts, dan hebben we een match en kunnen we met elkaar in gesprek.

Ik stel me zo de HR manager voor, die de schone taak heeft alle sollicitatiefilmpjes te mogen beoordelen. Swipe naar links of swipe naar rechts? En op basis waarvan? Soms is het een gevoel. Soms een latente verwachting. Soms aantrekkingskracht. Maar uiteindelijk is het altijd de eerste indruk. Die beroemde (liefde op het eerste gezicht) en soms beruchte (vleeskeuring) eerste indruk. Laat ik in het midden laten of beroemd of berucht op zijn plaats is. Feit is dat de eerste indruk bestaat. Foto’s, filmpjes, een ontmoeting… maar ook een plaatje, titel (krantenkop) of kleur zet de zintuigen meteen aan het werk. Zo schijnt het dat de manier van ‘hallo’ zeggen de toehoorder al binnen een halve seconde een mening laat vormen over betrouwbaarheid, dominantie en aantrekkelijkheid2). En dat specifieke gezichtsonderdelen zoals wenkbrauwen, neus en mond voor meer dan de helft de eerste indruk beïnvloeden3).

 

Puur uit wetenschappelijk oogpunt staat dus Tinder op mijn smartphone geïnstalleerd… En test ik wat uiterlijkheden met mijn eerste indruk doen. Wenkbrauwen, neus, mond… maar ook kleding, omgeving en houding lijken van grote invloed. Doorstaat het uiterlijk de keuring, dan komen we in de volgende fase: de ‘i’. De tweede indruk, gebaseerd op de feiten. Geen tekst aanwezig? Grote kans dat ik de derde indruk niet ga meemaken. Maar een inhoudelijk tekstje, waaruit minimaal 1.80 m en single blijkt, daar sta ik voor open. Of zoals ik verder lees op NOS op 3: mensen willen voorlopig nog gewoon CV’s hebben. Content matters.