Blog: Een andere tak van sport

De Tour de France. Als geen uitgesproken liefhebber, laat staan kenner, associeer ik de Tour de France met Joop Zoetemelk. Met een start in ’s-Hertogenbosch en passage door Zaltbommel (1996). Helaas ook met doping. Met net iets te strakke broekjes. Maar vooral met gele, groene, roze, bolletjes én Jumbo truien.

De Tour de France staat voor afzien tot en met, heftige valpartijen, gehavend finishen en tot op het bot afgetrainde renners. Desondanks is wielrennen op dit moment een van de meest populaire sporten. Onder iedereen. Als ik een rondje ga hardlopen, kom ik ze allemaal tegen. Man en vrouw, jong en oud, met en zonder bierbuik. Wat een contrast. Over het imago van de wielersport zijn discussies genoeg. Maar wat is het imago van de hedendaagse wielrenner?


Even generaliseren. Voetballers zijn stoer. Hebben flitsende kapsels, wasbordjes, houden van een feestje, verdienen bakken vol met geld en hebben de mooiste vrouwen. Idolen, die rondom een EK of WK de show stelen in de meest gelikte commercials van onder andere een Nike en Adidas. Wielrenners daarentegen spelen de hoofdrol in reclames van de Jumbo, citroenbier en ontbijtkoek. Dit terwijl de sport het op het gebied van afzien, extremiteit en risico’s het met stip wint van voetbal. Over stoer gesproken.


De fietsende hoofdrolspelers in de Jumbo en de Amstel Radler commercials zouden zomaar vrienden van elkaar kunnen zijn. Ze kennen elkaar van de vakantie in Frankrijk, van het schoolplein of van de markt, waar ze iedere vrijdag een biertje drinken. Ze vinden fietsen leuk, de verdiende verfrissing tussendoor misschien wel leuker. Genieten van het leven en zien fietsen zowel als een sociaal als een sportief gebeuren. Trots op bike en buik. Zó trots dat ze zonder enige schaamte de Jumbo gele trui dragen.


Nike, Adidas, Amstel, Jumbo… ze maken geweldige commercials. Maar feitelijk schitteren ze door eenvoud. Ze hebben niets nieuws bedacht. Het enige wat ze (overigens briljant) doen is inspelen op een emotie die al jarenlang bestaat. Op een imago dat zichzelf heeft neergezet. De toegankelijkheid van de wielersport versus de heroïek van het voetbal. De berg is voor iedereen, het stadion voor de idolen. De gele trui als symbool voor het bereiken van de top: in iedereen schuilt een kampioen. Hoe stoer is dat, vergeleken met een juichpak.